Clem Schouwenaars

De Seizoenen

  Bibliografie
Tafelen  

De Seizoenen

De seizoenen (1972) is Schouwenaars’ bekendste werk. 

De achtergrond

1967. Clem Schouwenaars verlaat vrouw en kinderen en kiest voor zijn grote liefde L. S. Hij droomt van een toekomst met haar, maar helaas toont de werkelijkheid zich minder rooskleurig. L. verkiest na drie jaar uiteindelijk de zekerheid van haar gezin en Clem blijft achter, in de echt gescheiden — in de liefde verlaten. De tegenslagen stapelen zich op. Schouwenaars verzeilt in een depressie en onderneemt een zelfmoordpoging, die door toedoen van een alerte vriend ternauwernood kan verholpen worden.

Ziek en overspannen besluit de schrijver in het najaar van 1970 de raad van enkele vrienden op te volgen. Hij laat de drukte, het lawaai en de stank van de stad Antwerpen achter zich en ruilt deze in voor de gezonde buitenlucht, de rust en de stilte van het West-Vlaamse plattelandsdorp Lampernisse, bij Diksmuide. Een jaar lang woont hij er in bijna volstrekt isolement, schrijft er een roman — Een krans om de maan — en een dichtbundel — Schaduw der dwaling —, maar probeert vooral zichzelf terug op het goede spoor te krijgen. Dat lukt uiteindelijk met veel vallen en een beetje opstaan. Hij onderneemt lange wandelingen in de prachtige natuur van de Westhoek en geniet van de kennismaking met de mensen in zijn naaste omgeving. Maar ook de muziek van Bach, het nodige leesvoer en een overlevingsinstinct, helpen hem er stilaan bovenop.

Na een jaar is zijn therapeutische kuur volbracht en keert een herboren schrijver terug naar Antwerpen. Vanaf september 1971 huurt hij er een studio aan de meest lawaaierige boulevard in het stadscentrum en schrijft er in enkele weken De seizoenen. Het boek is een lijvige roman over het fictieve personage Anton Zevenbergen, een schrijver die, teleurgesteld in de liefde, zich een jaar lang terugtrekt in de verlatenheid van een plattelandshuisje om er te genezen van de liefde en de wanhoop...

Autobiografie of autofictie?

De seizoenen is geen autobiografische roman in de strikte zin van het woord. Wel heeft de autobiografische inslag tot verschillende speculaties geleid. De gelijkenissen tussen de schrijver Clem Schouwenaars en de protagonist Anton Zevenbergen zijn echter onmiskenbaar. Fictie en werkelijkheid vervagen overigens niet enkel in het hoofdpersonage van het boek. Ook andere personages en plaatsen in de roman vertonen verregaande gelijkenissen en overeenkomsten met bestaande personen, gebouwen, vergezichten, straten en pleinen uit de omgeving van Lampernisse. De naamgeving en het dramatisch verloop in de roman zijn echter een eigen invulling van de auteur.

In diverse interviews benadrukt Clem Schouwenaars het facet van de autofictie.

‘Om te beginnen heb ik het personage al een andere naam gegeven. Het is natuurlijk wel een schrijver, voor 90% is het boek dan ook eerlijk gezegd autobiografisch. Maar ik heb er dingen aan veranderd, ik heb het in een romanconstructie gegoten. Het is in die kleinigheden dat De seizoenen ophoudt een biografie te zijn.’

‘Mijn levensloop in Lampernisse en het genezingsproces stemmen overeen met wat er in de roman beschreven staat. Daar kan ik dus verder weinig aan toevoegen. Wel is het zo dat ik toestanden en gebeurtenissen heb aangepast aan de constructie van het boek. Het blijft immers een ‘roman’, waarin je bijvoorbeeld een climax en een catharsis wil bereiken. Ik bedoel dat sommige dingen in de werkelijkheid bijvoorbeeld in de winter gebeurd zijn, door mij in de herfst of de lente worden gesitueerd, omdat zij daar beter pasten in de evolutie van het werk.

Ik mag wel zeggen dat alle personages reële personages zijn. Ik heb alleen hun namen veranderd. De voorbeelden liggen bijgevolg voor het grijpen: Noël en Lily, Frits, Enigma, Mireille, Elvire, André die zich verhangen heeft, de uitbaters van cafés enzovoort, noem maar op.’

De appreciatie door de lezer en de reflectie van de schrijver zelf

De roman De seizoenen wordt in het algemeen beschouwd als het beste werk van Clem Schouwenaars. Dat wordt ook gedragen door het publiek. Schouwenaars had de bedoeling om een trilogie te schrijven rondom de figuur van de schrijver Anton Zevenbergen. In De stervende Galliër (1977) maakt hij voor de tweede keer zijn opwachting. Maar een derde roman is er niet meer van gekomen. 

De kracht van De seizoenen draait om de mentale wederopstanding van een man die verbitterd de stad verlaat wegens een gebroken liefde om in een voor hem onbekend oord op het platteland te herbronnen en er stilaan weer bovenop te komen. Het betreft dus een mentaal genezings- en louteringsproces. Daarbij vormen de wisselende natuurelementen en het landelijke leven een heilzame tranquillizer. De wisseling der seizoenen en het landelijk decor spelen op de achtergrond een bijzondere rol. Daar waar de stad symbool staat voor drukkend, verstikkend, versmachtend … staat het platteland symbool voor ontgrenzing, openheid, verademing.

De seizoenen is zonder meer een bevrijdende lofzang op het leven. Zelf heeft Schouwenaars in later verschenen boeken nog toespelingen gemaakt op zijn belangrijkste roman. 

Het manuscript van 'De seizoenen'

Clem Schouwenaars had de gewoonte om zijn proza en gedichten met de hand neer te schrijven in cahiers. Een groot deel van die cahiers werden in 2002 openbaar aangeboden en verkocht door antiquariaat Erik Tonen in Antwerpen. Op die manier bevinden zich heel wat manuscripten bij diverse literatuurliefhebbers en verzamelaars. Met het manuscript van 'De seizoenen" liep het helemaal anders. Om Clem Schouwenaars enigszins financieel uit de nood te helpen, kocht Werner Spillemaeckers (persoonlijke vriend van Schouwenaars; griffier en dichter) midden de jaren 70 het manuscript van De seizoenen. Deel I – Herfst is overigens opgedragen aan Werner Spillemaeckers. Bij zijn overlijden op 9 november 2011 had Werner Spillemaeckers een vriendschappelijke relatie met een vrouwelijke rechter. Bij het opruimen van Spillemaeckers’ appartement had deze rechter geen weet van de waarde van de cahiers waarin Schouwenaars zijn meesterwerk, in een haast onleesbaar handschrift, had neergeschreven. Het manuscript van De seizoenen werd dan ook achteloos weggegooid.

De personages

De seizoenen is een roman. De personages zijn dus verzonnen. Toch zijn bepaalde personages onmiskenbaar geënt op bestaande personen, maar nooit voor de volle 100%. Sommige personages zijn afsplitsingen of zijn samenstellingen van meerdere persoonlijkheden. Een schrijver zet immers de werkelijkheid altijd naar zijn hand en schept graag een nieuwe wereld die aan zijn verwachtingen voldoet.   

ANTON ZEVENBERGEN

Anton Zevenbergen bevat verschillende eigenschappen die aan Clem Schouwenaars kunnen worden toegeschreven. Hij is 38 jaar en schrijver. Hij propageert de vrijheid en het vrij-denken. Hij is wars van alle conventies en verplichtingen. De overeenkomsten tussen Anton Zevenbergen en Clem Schouwenaars zijn talrijk. In die zin moeten we er niet aan twijfelen dat de echte schrijver heel wat feiten, toestanden en karakteriële kenmerken aan Zevenbergen heeft toegekend, die hem op het lijf geschreven zijn. 

Hoe kunnen we dit alter ego of ‘pseudoniem’ verklaren? Het is bekend dat Clem Schouwenaars iets had met het getal 7. In zijn oeuvre kan je dat getal meerdere keren duiden. Maar een meer aanvaardbare verklaring is dat de grootvader langs vaders zijde van Nederlandse komaf is. Joannes Schouwenaars werd in 1873 geboren in … Zevenbergen.

NOËL EN LILY

Met dit jonge boerenechtpaar maakt Anton Zevenbergen al kort na zijn aankomst in het ‘witte huisje’ kennis. Zij wonen in de boerderij die, in vogelvlucht, het dichtst bij zijn huis staat. Noël en Lily spelen een cruciale rol in De seizoenen. Noël en Lily nodigen Anton uit om op maandagavond samen te eten. In het begin houdt hij deze afspraak gestand, maar al naargelang de weersomstandigheden, verwatert die gewoonte. Omdat Zevenbergen bij zijn aankomst nog geen telefoon heeft, mag hij bij Noël en Lily telefoneren.

Noël vertegenwoordigt de boerenstiel met alle hoogtes en laagtes die daarbij horen. Hij kent maar één devies: werken. En dat verlangt hij ook van zijn vrouw. Al de rest is ‘kloterij’. Noël wordt geportretteerd als een harde werker, een genadeloze geweldenaar, zowel tegenover zijn dieren als ten aanzien van zijn vrouw. Op zondag is er wel tijd voor vertier. Dan haalt Noël zijn Mercedes van stal en pikt hij Anton op om te gaan biljarten in het café van Wieza. 

FRITS

Frits is de naaste buurman van Anton Zevenbergen. Hij woont langs de andere kant van de straat en 100 meter verderop. Frits wordt in De seizoenen opgevoerd als een zoon van een tapijtfabrikant in een nabijgelegen stad. Frits is maar al te blij dat hij in het weekend even kan ontsnappen aan het slameur van het zakendoen. Hij arriveert er meestal tegen zaterdagavond en vertrekt alweer op zondagavond. Het is zijn bedoeling om wekelijks wat handenarbeid te verrichten om het weekendhuisje wat leefbaarder te maken. Maar in werkelijkheid zoekt hij telkens weer contact met Anton en beleven ze samen hachelijke avonturen waarbij ze het dikwijls op een zuipen zetten.

De relatie tussen Anton en Frits groeit in de loop van het verhaal, maar tegelijkertijd blijken de tegenstellingen tussen beide personages alsmaar schrijnender. Enerzijds kan Frits de levenshouding van Anton maar niet begrijpen. Anderzijds is hij jaloers omwille van de aantrekkingskracht die Anton uitoefent op vrouwen. Frits is als het ware de antipode van Anton. Ze worden dan ook nooit echte vrienden.

ENIGMA

Enigma is de bijnaam die Frits aan deze uitbaatster van een buurtwinkel geeft. Hij vindt haar immers een raadselachtige vrouw. Haar kruidenierszaak/bakkerij voorziet de bewoners van de belangrijkste noodwendigheden. Enigma koestert wel sympathie voor Anton. Ze geeft al eens iets gratis weg of laat de rekening onbetaald.

TERESA

Anton heeft op het einde van deel I (Herfst) een kortstondige vrijpartij met een jagersvrouw die Teresa heet.

ELVIRE

Elvire is de vriendin van Frits. Zij verschijnt eenmaal ten tonele op een moment dat ze Frits in zijn huisje bezoekt. Maar bij haar aankomst blijkt Frits zijn roes uit te slapen. Uiteindelijk belandt ze bij Anton. Ze kan het zo goed met hem vinden dat ze een week lang blijft.

BOER CYRIEL

Tijdens de eerste dag van zijn verblijf ontmoet Anton boer Cyriel (‘de ouwe met de pet’). Het personage van Cyriel blijft eerder vaag, maar het kreunend geluid van zijn oude fietspedalen weerklinkt meermaals door de roman.

BOERENDOCHTER OVERSTRAETE

Anton ziet regelmatig een hard werkend jong meisje met rode trui op het veld voor zijn huis. Het is een dochter van Boer Overstraete. Van van achteren bekeken heeft zij geen slecht figuur, maar haar gezicht is weinig aantrekkelijk.

BOER DEURINCKX

Boer Deurinckx heeft 4 zonen. Op het einde van het oogstseizoen verliest boer Deurinckx een zoon bij een ongeluk. De blonde jongen — Anton Zevenbergen noemt hem ‘Narcissus’ — wordt gegrepen door een dorsmachine.

‘NARCISSUS’

‘Narcissus’ is de naam die Anton Zevenbergen geeft aan een mooie, verlegen jongen van ongeveer 14 jaar, die vanop een lage boogbrug naar zichzelf in het roerloze water staart.

‘Narcissus’ is een van de zonen van boer Deurinckx. Tijdens de bietenoogst wordt ‘Narcissus’ gegrepen door een machine. Zijn arm wordt afgerukt en hij overlijdt.

‘Narcissus’ staat misschien wel symbool voor de schoonheid, het leven en de dood in de Westhoek. De schoonheid van het landschap in combinatie met de ruwheid en de hardheid van haar bewoners.

ANDRÉ, DE GEWELDENAAR

Tijdens het nieuwjaarsfeest in het café van Wieza maakt Anton Zevenbergen kennis met André, de dronken geweldenaar. Kort daarna pleegt André zelfmoord.

DE VELDWACHTER

De veldwachter was een functie die destijds bestond om het contact tussen de burger en de administratie te onderhouden. Een nieuwe inwoner moest zich aanmelden bij het gemeentebestuur en de veldwachter diende te controleren of die burger wel degelijk op dat adres woonde. Thans wordt die opdracht meestal vervuld door een wijkagent. De toenmalige veldwachter had zijn standplaats op het Sint-Veerleplein in Oostkerke. 

DE POSTBODE

De postbode wordt niet nader bij naam genoemd.

DE PASTOOR

De pastoor komt eenmaal langs om kennis te maken met Anton Zevenbergen. Maar vermits Anton geen kerkganger is, komt hij verder niet meer in de roman voor.

GERMAINE EN URBAIN

Germaine en Urbain zijn de uitbaters van het café naast de pastorij. Urbain heeft het café eigenhandig gerenoveerd en ingericht en is daar zeer trots op, maar Anton Zevenbergen vindt het interieur schreeuwlelijk. Verschillende keren bekritiseert hij het interieur. Op pagina 145 noemt hij het café ‘het modernistisch cenakel’. Een andere keer — op pagina 243 — noemt hij Urbain ‘de landelijke Corbusier op lemen voeten.’

DE TOOGHANGERS JORIS, VALÈRE EN FLORENT

Joris, Valère (de hoester) en Florent (de metser).

WIEZA

Wieza is de uitbaatster van het café van Wieza. In het echt heette het café ‘In het burgerwelzijn’. Dat café bestaat vandaag niet meer. 

MIREILLE

Mireille wordt in De seizoenen geportretteerd als de apothekersvrouw. Anton Zevenbergen leert haar kennen  op het nieuwjaarsfeest in het café van Wieza. Mireille en Anton beleven een affaire, tot de zaak al snel uitlekt en zij naar haar man terugkeert. 

GEERT

Geert is een journalist bij een Antwerpse krant, een bon vivant en drinkebroer van Anton Zevenbergen. Geert brengt Anton terug naar Antwerpen. 

LIVIA

Omwille van het einde van zijn relatie met Livia, is Anton Zevenbergen naar dit stille gebied in de Westhoek verhuisd om er tot rust te komen en de gebroken liefde een plaats te geven. Maar het contact met Livia is niet helemaal verbroken. Zij belt hem nog wel eens op en schrijft hem ook een brief.

De belangrijkste locaties

HET ‘WITTE HUISJE’ 

Het ‘witte huisje’, zo wordt de verblijfplaats van Anton Zevenbergen genoemd. Clem Schouwenaars verbleef er van de 2de helft september 1970 tot de 1ste helft september 1971.

Oud adres: Oudekapellekensbaan 6 Lampernisse
Vandaag: Cayennestraat 12 8600 Lampernisse

DE BOERDERIJ VAN NOËL EN LILY

Dit is de boerderij die, in vogelvlucht, het dichtst bij het huis van Anton Zevenbergen staat.

Adres: Bien Acquis hoeve – Bien Acquisstraat 2 8600 Oudekapelle.
Het woonhuis met omwalling (zoals het er vandaag uitziet), bevindt zich rechts van de varkenstallen.

DE WINKEL VAN ENIGMA

Dit is het huis waar in de jaren 70 de kruidenierswinkel/bakkerij van Enigma was gevestigd.

Adres: Oostkerkestraat 16 8340 Oostkerke

HET CAFÉ VAN URBAIN EN GERMAINE

Op uitnodiging van de in een rode wagen rondrijdende postbode belandt Anton Zevenbergen al vrij snel in het café van Urbain en Germaine. Anno 1970 is het café, gelegen vlakbij de dorpskerk van Lampernisse, pal naast de pastorij. Bij zijn eerste kennismaking met het café kan het interieur bij Anton op weinig bijval rekenen.

Vandaag is het café omgevormd tot café/restaurant Zannekin.
Adres: Zannekinstraat 20 8600 Lampernisse

HET CAFÉ VAN WIEZA

In dit café gaan Noël en Anton op zondagmorgen biljarten. Dit café, gelegen in het centrum van Oudekapelle, bestaat echter niet meer.

Adres: Oudekapellestraat 2 8600 Oudekapelle

BOERDERIJ VAN CYRIEL

Adres: Oude Zeedijk 40 8600 Lampernisse

BOERDERIJ VAN DE FAMILIE DEURINCKX

Adres: Grote Beverdijkstraat 2 8600 Lampernisse

BOERDERIJ VAN DE FAMILIE OVERSTRAETE

Hier woont ‘het meisje met de rode trui’.

Adres: Cayennestraat 11 8600 Lampernisse

VERBLIJFPLAATS VAN FRITS

‘Het huisje met het puin errond’

Adres: Cayennestraat 13 8600 Lampernisse

HET HUIS VAN ANDRÉ, DE GEWELDENAAR EN DE WOESTE DRONKAARD

Adres: Cayennestraat 7 8600 Oostkerke

GEMEENTEHUIS OOSTKERKE

Hier dient Anton een aantal administratieve formaliteiten te vervullen.

Adres: Sint-Veerleplein 4 8600 Oostkerke

Samenvatting van het boek

Deel I – Herfst 

(Het seizoen van de eenzaamheid en de verlatenheid)

In de tweede helft van september arriveert Anton Zevenbergen in een alleenstaand, onooglijk huisje, midden op het platteland. Het ‘witte huisje’ bevindt zich in de Cayenne, een gebied dat vroeger bekend stond als een plek van boeven en ballingen. De woning biedt weinig comfort. Hij komt hier echter noodgedwongen naartoe om zich af te keren van de wereld en te herstellen van zijn stukgelopen relatie met Livia. Hij moet zich losmaken, genezen. Hij moet zijn eenzaamheid een inhoud geven.

Het gerucht dat er een nieuweling is aangekomen, doet in het dorp al snel de ronde. Zevenbergen maakt in een mum van tijd kennis met de dorpsbewoners: de boeren (Cyriel, Noël en Lily, boer Deurinckx, …), de postbode, de veldwachter, de dorpspastoor, de winkelierster (Enigma), zijn naaste buurman Frits (die alleen tijdens de weekends arriveert), de caféuitbaters (Urbain, Germaine, Wieza), de tooghangers … Zij maken voortaan deel uit van zijn nieuwe leefwereld. Een hechte gemeenschap. Want iedereen weet hier alles van iedereen. Zevenbergen integreert zich snel en ondergaat het lief en leed van zijn medebewoners.

Als stadsmens moet Anton Zevenbergen wennen aan het plattelandsleven en wordt hij geconfronteerd met de barre natuurverschijnselen in deze open vlakte waar de invloed van de zee nog heerst. Het huisje davert op zijn grondvesten. Maar Zevenbergen heeft er vrede mee en schikt zich in zijn lot. 

Tijdens de weekdagen leeft Anton in een soort verlatenheid. Hij kan zijn eenzaamheid alleen maar verdrijven met schrijven, maar dat wil vooralsnog niet lukken. In de weekends krijgt hij meestal zijn naaste buurman op bezoek en laat hij zich gaan. Gaandeweg beseft hij dat het verleden hem nooit los zal laten en dat de beslommeringen van de wereld hem overal achtervolgen. 

Deel II – Winter

(Het seizoen van de stille wederopstanding)

Met het begin van de winter put Anton Zevenbergen weer energie om te gaan schrijven. Hij filosofeert ook over het leven en de dood. De barre winteromstandigheden nopen hem tot binnenblijven, maar dat vindt hij niet erg. Hij geniet echt van zijn eenzaamheid. Binnen in huis krijgt hij gezelschap van een muis. Twee seizoenen lang zal hij die muis dulden. 

Ondertussen lopen de spanningen tussen boer Noël en zijn vrouw Lily hoog op. Noël is een harde werker en dat eist hij ook van zijn vrouw. Lily heeft echter een kinderwens en die wordt haar onthouden. Ze vindt enig soelaas bij Bouboule, haar hond. Maar dat belet niet dat ze soms periodes van zenuwzwakte kent. Noël vindt dat allemaal maar ‘kloterij’ en heeft geen medelijden met zijn vrouw.

De kerstdagen brengt Anton samen met Frits door. Ze zetten het op een zuipen. Op tweede kerstdag begint het te sneeuwen. Dat verhoogt nog meer het isolement van Anton. Zijn eten raakt op en hij verzorgt zichzelf niet meer. Op oudejaarsavond komt Lily langs met een stoofpot. Ze meldt ook dat Livia heeft gebeld met de beste wensen voor het nieuwe jaar. 

Bij het begin van het jaar overschouwt Anton de drie voorbije jaren van zijn leven en hij denkt er over na hoe het nu verder moet. Hij stelt vast dat hij nergens thuis is en altijd op de vlucht.

Anton gaat samen met Frits nieuwjaar vieren bij Noël en Lily. Vervolgens gaat het hele gezelschap nieuwjaar vieren in het café van Wieza. Daar is het een drukte van belang. Zowel de boeren als de dorpsnotabelen zijn er van de partij. Anton neemt er deel aan een teerlingenspel, dat hij ook wint. Tot ergernis van een dronken man ― André ― die forse praat uitslaat. Wanneer de notabelen het café verlaten, wordt Anton aangeklampt door Mireille, de opvallende echtgenote van de apotheker.

In de dagen daarna komt Mireille verschillende keren bij Anton langs. Maar hun avontuur wordt al snel een dorpsroddel en kent een abrupt einde wanneer de apotheker het verhaal te horen krijgt. 

Inmiddels heeft André, de dronken geweldenaar die Anton belaagde in het café van Wieza, zelfmoord gepleegd. 

En dan komt ineens de telefoonmaatschappij langs en installeert telefoon bij Anton. Met de telefoon haalt hij opnieuw de wereld binnen. In een telefoongesprek met Livia zegt hij dat zijn roman bijna af is. Vervolgens gaat hij aan zijn secretaire zitten. In nauwelijks enkele weken tijd, en net op het moment dat het lente wordt en alles weer tot leven komt, is zijn roman klaar.

Deel III – Lente

(Het seizoen van opnieuw beginnen)

Na het voltooien van zijn roman voelt Anton zich leeg. Verder wil hij in evenwicht komen met zichzelf. 

De veldwachter meldt Anton dat de deurwaarder is langs geweest. Anton heeft een vermoeden waarover het gaat: de zogenaamde huurschade in zijn vorig appartement. Anton is echter niet bevreesd, hij heeft immers nauwelijks bezittingen.

In de winkel van Enigma is men al op de hoogte van het exploot van de deurwaarder. Anton weet al langer dat de roddelcultuur in het dorp hier de dienst uitmaakt. Wellicht beschouwt de bevolking hem als een hongerende kunstenaar, een jan-mijn-kloten die niet wil werken. Maar Anton leeft. En hij maakt veel wandelingen. Hij raakt onder de indruk van de kleuren die het landschap aanneemt. Wanneer Frits langskomt, stoort deze zich aan de levenshouding van Anton. Het is al langer duidelijk dat ze er andere levensopvattingen op na houden. 

De daaropvolgende week krijgt hij bezoek van de rijkswacht. De rijkswachters vertellen hem dat hij in Antwerpen een pistool mag gaan afhalen. Anton beseft meteen dat dit het pistool van zijn vader is, waarmee deze tien jaar geleden zelfmoord heeft gepleegd.

Buiten zijn de boeren volop aan het werk. Op de boerderij van Noël en Lily beleeft Lily opnieuw een crisis. Door zijn gierigheid om de hulp van een veearts in te roepen, verliest Noël opnieuw een koe en haar kalf bij de bevalling. 

Anton leent 1000 BEF van Frits om naar Antwerpen te kunnen reizen. Daar gaat hij het pistool van zijn vader ophalen. Nadat hij het pistool heeft meegekregen, bezoekt hij de krantenredactie. Het contact met oude bekenden brengt hem uit zijn evenwicht. Het gesprek met de hoofdredacteur levert echter niets op. Bij het naar buiten gaan, loopt hij Geert tegen het lijf. Geert neemt Anton mee naar een nieuwe kroeg en vertelt dat hij Livia met iemand anders heeft gezien. Anton is als verlamd. Geert probeert het wezen van de trouweloze vrouw te doorgronden en confronteert Anton met zijn puberachtig gedrag wat zijn liefde ten aanzien van Livia betreft. Anton aanhoort de analyse van zijn vriend en geeft hem gelijk. 

Door toedoen van Geert mist hij zijn laatste trein en doolt hij door de haven en de straten. Wanneer de morgen zich aandient, neemt Anton de eerste trein naar de Cayenne. Noël brengt hem terug naar zijn witte huisje. Anton speelt wat met het pistool. Hij laadt het. Maar hij bant de zelfmoordgedachten.

Dan ineens ziet hij een roodgele gloed ter hoogte van Noëls boerderij. Hij beseft dat er brand is en spoedt er zich heen. De hooischuur staat in brand en even verderop zit Lily op een muurtje en schatert het uit. Anton en Noël kunnen de brand blussen en Noël belt een dokter. Lily krijgt een spuit en wordt afgevoerd naar het gesticht. De oorzaak van Lily’s gekte heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat een varkenshandelaar die dag Bouboule heeft doodgereden.

Dan brengt de postbode een brief van zijn uitgever. Deze belooft hem een voorschot op zijn roman. De brief stimuleert hem. Hij houdt een grote schoonmaak in huis en heeft veel zin om opnieuw te beginnen. ‘Laat het nu maar zomeren,’ aldus Cyriel, de boer van even verderop.

Deel IV – Zomer

(Het seizoen van de genezing en de zuivering)

Het is warm. Anton komt nauwelijks zijn ‘witte huisje’ uit. Hij wijdt zich aan het schrijven van gedichten. De postbode brengt zijn belastingformulier. Hij filosofeert over ergens geboren worden en vervolgens ongevraagd onderworpen zijn aan de geldende regels en wetgeving.

De deurwaarders komen langs, maar keren onverrichter zake terug.

Op het erf van Noël is het weer peis en vree. Lily is terug uit het gesticht en kreeg van haar moeder een nieuwe ‘Bouboule’. Terug thuis voelt Anton zich opperbest. Zijn afzondering krijgt meer en meer de allures van een vakantie.

De volgende dag brengt de postbode de drukproeven van zijn roman en ontvangt hij een voorschot van zijn uitgever. Dan komt Frits langs. Anton geeft hem het geleende geld terug. Toch gaan ze samen even naar het café van Urbain en Germaine, maar er valt nauwelijks iets te beleven. Als Anton de volgende morgen opstaat, zit Frits de drukproeven te lezen. Frits beweert dat hij dat ook zou kunnen schrijven. Noël komt langs om naar het café van Wieza te gaan. Anton past, maar Frits vergezelt Noël. Tegen de middag keert Frits ladderzat terug. Dan arriveert geheel onverwacht Elvire, een vriendin van Frits. Omdat zij Frits stomdronken in de zetel van zijn huis aantreft, neemt ze ongedwongen haar intrek bij Anton. Als Frits dat na enkele uren ontdekt, ontsteekt hij in woede. Anton krijgt de volle laag. Maar Elvire zorgt een week lang voor gezelligheid, maar verdwijnt dan zoals ze gekomen is.

In zijn hoofd heeft Anton reeds afstand genomen van dit huis, deze regio. Hij voelt zich gezond en binnenkort zal zijn roman verschijnen.

Dan krijgt Anton opnieuw bezoek van de rijkswacht. Blijkt dat de wetgeving veranderd is en dat hij het wapen, dat hij in Antwerpen heeft opgehaald, terug moet geven. 

De hitte en de daarmee gepaard gaande droogte baart de boeren zorgen. Maar na weken van warm weer barst er een hevig onweer los. Anton beschouwt dit als een teken van zuivering.

Omdat hij nog steeds niet in orde is met de aangifte van zijn belastingen, krijgt hij een aanmaning. En dan is er het onverwachte bezoek van zijn goeie vriend Geert. Geert is van plan om enkele dagen te blijven. Anton maakt van de gelegenheid gebruik om samen met Geert naar het stadje te rijden om er bij de belastingdiensten zijn plicht te vervullen. Ze maken van de gelegenheid gebruik om naar de zee te gaan. Anton geniet en voelt zich bevrijd. Hij schuwt de mensen niet langer en de drang om zich schuil te houden is weg. Terug thuis in de Cayenne maakt Anton een wandeling met Geert. Hij gaat langs de bijzonderste plekken die hij het voorbije jaar leerde kennen en hij praat ronduit over de mensen die zijn leven in die periode hebben beheerst. De Cayenne heeft Anton gered. De Cayenne heeft Anton genezen. Maar nu wil hij terug naar de stad. Samen met Geert verlaat hij de Cayenne.


Galerij


  De Seizoenen  
terug naar overzicht